Over Zweefvliegen > Startmethoden
Bij een sleepstart wordt het zweefvliegtuig achter een motorvliegtuig naar een afgesproken hoogte gebracht (bij voorkeur naar een gebied waar thermiek aanwezig is). De kabel wordt meestal aan de neushaak van het zweefvliegtuig gehecht. Eenmaal de hoogte is bereikt ontkoppeld de piloot van het zweefvliegtuig. De kabel blijft aan het sleepvliegtuig hangen of wordt via een mechanisme opgerold.
De normale positie tijdens een sleepvlucht is die waarbij het zweefvliegtuig boven het turbulente zog van het sleepvliegtuig wordt gehouden.In sommige landen is een alternatieve positie populair: de lage sleepmethode. Hierbij blijft het zweefvliegtuig onder het zog van het sleepvliegtuig vliegen.
Een sleepstart is relatief duur. Daar tegenover staat natuurlijk de extra hoogte en de kans op een langere vluchtduur. Naast de prijs is de milieuproblematiek (geluidsoverlast sleepvliegtuig) een bijkomende reden om een andere startmethode te gebruiken: de lierstart.