Startpagina 

 Zweefvliegen is

 Zweefvliegen vereist

 Onderdelen zweefvliegtuig  Stuurorganen en krachten   Startmethoden   Lift  Landing

   Vlaams Zweefvliegcentrum Phoenix

 
 
 
 Stuurorganen van een zweefvliegtuig
   
   
 

 

 

 

 

Beweeg met de muisaanwijzer over de gekleurde gedeelten.

Klik om het effect van het stuurorgaan te zien.

Een vliegtuig beweegt omheen drie assen. De stuurorganen (stuurknuppel en richtingsroerpedalen) van een zweefvliegtuig zijn identiek aan die in de meeste andere vliegtuigen.
Het hoogteroer wordt bediend door voorwaartse (sneller vliegen) of achterwaartse (trager vliegen) uitslagen met de stuurknuppel. Uitslagen naar links en rechts besturen de rolroeren en doet het vliegtuig hellen. De bewegingen van het richtingsroer gebeuren via de voetpedalen en doet de neus van het vliegtuig naar links of rechts bewegen. Het richtingsroer wordt altijd samen met de rolroeren gebruikt.
 
 Krachten

Een motorvliegtuig kan zich in de lucht voortbewegen via het vermogen van de motor (trekkracht propeller).  Bij een zweefvliegtuig daarentegen ontstaat deze trekkracht door het gewicht van het zweefvliegtuig. Door de zwaartekracht wordt het vliegtuig naar beneden getrokken. Zonder vleugels zou het gewoon vallen. Dank zij de vleugels en de wijze waarop zweefvliegtuigen worden gebouwd, wordt de neerwaartse kracht gebruikt om een voorwaartse beweging te verkrijgen. Een zweefvliegtuig voert dus voortdurend een daalvlucht uit.

Door het bewegen door de lucht ontstaat er wrijving (weerstand of drag). Bij voldoende snelheid zorgt de luchtstroom over de vleugels voor voldoende lift om het gehele zweefvliegtuig te dragen.

Moderne zweefvliegtuigen kunnen een glijgetal bereiken van 60. Dat wil zeggen dat in rustige lucht en indien het windstil is, bij een hoogte van 1000 meter, bij normale snelheid een afstand van 60 kilometer kan worden afgelegd.